Soms kan je om voor het oog kleine dingen heel dankbaar zijn. Bijvoorbeeld door Marja Boomstra. Een goede vriendin en schrijfster van het fantastische en succesvolle boek “Als het verleden toekomst wordt”.

Zij wees mij namelijk op een Magazine met als speciaal onderwerp Indo’s. Al snel werd het mij duidelijk dat het verleden al snel onlosmakelijk verbonden kan raken met de toekomst.

“Als typische Indo is deze magazine echt iets voor jou”, zei zij vol vertrouwen. Nieuwsgierig geworden heb ik de volgende dag dit blad meteen aangeschaft. En zij had natuurlijk gelijk. Mijn aandacht werd direct gevangen door de inhoud van de verschillende artikelen. Het tijdschrift draagt de toepasselijke naam “Pinda*”. Een prachtig tijdschrift met heel veel herkenbare en vooral ook ingrijpende verhalen. Of men zich nou “Indo”, “Indische Nederlander” of “Totok” voelt, allemaal zullen zij zichzelf vast in de beschreven situaties herkennen. Wellicht wordt men met groeiende verbazing, net als ik, geconfronteerd met bepaalde informatie waarvan jij het bestaan niet eens wist! Wat hebben deze mensen allemaal voor ellende meegemaakt, onvoorstelbaar! Onbeschrijfelijk menselijk leed dat tientallen jaren door het voormalige Nederlandse, Koloniale bewind zorgvuldig onder het tapijt werd geschoven. Ontkenning vierde hoogtij!

Terwijl ik geboeid zat te lezen kwam ik een artikel tegen met een pakkende zin over een actueel onderwerp: discriminatie. Deze zin luidde:

Wij leven in tijden van polarisatie. Mensen zoeken extremen op om een podium te krijgen. Wij (lees: de Indo’s enz.) kennen de tussenpositie.

Om het laatste gaat het nou juist net! Ik moest er meteen aan denken dat veel mensen zich inderdaad steeds vaker “gediscrimineerd” voelen. Voor mij regelmatig onbegrijpelijk. Alsof men graag overdrijft en op alle slakken kilo’s zout legt.

Die “Indische Nederlanders”, “Indo’s” of “Totoks” voelen zich volgens mij helemaal niet zo gauw gediscrimineerd. Ik heb als kind c.q. puber namen als “Pinda”, “Blauwe”, “Poep-Chinees” of “Rijstpikker” naar mijn hoofd geslingerd gekregen. Behalve de laatste twee “slingernamen” beschouwde ik ze als troetelnamen en in mijn beleving werd dat ook zo bedoeld. Bij defensie aten wij elke woensdag de overbekende “Blauwe Hap”. Blank, getint, groen, zwart of paars het maakte niet uit welke huidskleur je had iedereen zei het: “ah, woensdag Blauwe Hap, lekker.” Er zat heel simpel niets achter die naamgeving. Met gelukkig geen geestelijke nood of een acute vorm van identiteitscrisis tot gevolg.

De komende tijd zal ik met veel interesse het gedrag waarom mensen zich de laatste tijd zo snel gediscrimineerd voelen, verder blijven bestuderen. Vooral het “waarom” achter die kennelijk onbedwingbare polarisatie is boeiend. Want laten wij wel zijn, met overtuiging overdrijven kan een valkuil zijn in de waarneming van feitelijke gebeurtenissen.

O, wacht ik denk er nu pas aan. Is de titel van het Magazine eigenlijk niet heel gewaagd?! De kans is namelijk groot dat iemand luidkeels opstaat, waarschijnlijk weer zonder enige Indische DNA, om de titel van dit blad aan te vechten. Want “Pinda*” dat kan toch zeker niet! Dus wellicht toch maar gaan voor die uit de jaren ‘50 stammende “tussenpositie”?

Laten wij met ons allen gaan voor een oprecht verdraagzamere samenleving, gebaseerd op wederzijds respect. Misschien wordt ook in dit verband het verleden weer toekomst.

Hoe dan ook, ik ben je weer heel dankbaar, Marja.

‘Menjadi toleran.’